HOME » Haiti

HAÏTI

Haïti, officieel de Republiek Haïti (Frans: République d'Haïti, Kreyòl: Repiblik Ayiti), is een eilandstaat in de Caraïbische Zee. De republiek omvat het westelijke deel van het eiland Hispaniola en een aantal kleinere eilanden, waarvan Île de la GonâveÎle de la Tortue en Île à Vache de grootste zijn. Haïti ligt oostelijk van Cuba en grenst in het oosten over 275 kilometer aan de Dominicaanse Republiek. Het land heeft een oppervlakte van 27.750 km² en een inwonertal van 10.646.714 (2017). De hoofdstad is Port-au-Prince.

Na een periode als Spaanse en later als Franse kolonie, werd Haïti onafhankelijk in 1804, na de Haïtiaanse Revolutie (de enige succesvolle slavenopstand in de geschiedenis[4]), geïnspireerd door de idealen van de Franse Revolutie die woedde in het moederland. Haïti was daarmee het eerste onafhankelijke land in Latijns-Amerika en het eerste postkoloniale zwarte land ter wereld.

Tegenwoordig behoort Haïti tot de armste landen ter wereld, is het land politiek instabiel en heeft het de laatste jaren vaak te kampen gehad met natuurrampen. Door een aardbeving begin 2010 werd een groot gedeelte van het land verwoest. Vooral de hoofdstad Port-au-Prince heeft zwaar te lijden onder de schade.

Geschiedenis

Koloniale tijd

Toen Christoffel Columbus Hispaniola, het eiland waarop Haïti ligt, in 1492 ontdekte werd het bewoond door de Arowakken of, meer specifiek, de Taíno-indianen. In daaropvolgende decennia stierf deze bevolkingsgroep uit door dwangarbeid alsook door ziekten die door de Spaanse kolonisten waren overgebracht naar het Westelijk halfrond.

Bij de Vrede van Rijswijk in 1697 gaf Spanje het bevel over het westelijke deel van Hispaniola over aan Frankrijk, dat het gebied Saint-Domingue noemde. De Fransen legden suikerplantages aan en importeerden vele slaven uit Afrika. Vanaf de tweede helft van de 17e eeuw werd het land herbevolkt met honderdduizenden slaven, die uit Afrika werden gehaald om —onder erbarmelijke omstandigheden— te werken op de suiker- en koffieplantages. Het werd een van Frankrijks rijkste koloniën. Saint-Domingue produceerde rond 1780 ongeveer 40 procent van alle suiker en 60 procent van alle koffie die in Europa werd gebruikt. De productie van suiker en koffie in de kolonie was groter dan die in de gezamenlijke Britse West-Indische koloniën. Saint-Domingue was in die tijd het welvarendste koloniale bezit van de Europese machthebbers, waardoor het de naam kreeg van De Parel van de Antillen. Kinderen van blanken en slaven vormden een derde bevolkingsgroep, de mulatten.