HOME » Guyana

Guyana

Guyana, officieel de Coöperatieve Republiek Guyana, is een land in het noorden van Zuid-Amerika, dat grenst aan SurinameBrazilië en Venezuela. Guyana heeft grensgeschillen met Suriname en met Venezuela.

 

Het huidige land Guyana is in feite onderdeel van een groter gebied dat ook Guyana (of Guiana) werd genoemd - naar het Indiaans voor "land van vele wateren", en zich uitstrekte tot in Venezuela en Brazilië. Het huidige Guyana bestond in de 17e eeuw en 18e eeuw uit de vier Nederlandse koloniënPomeroonEssequiboDemerara en Berbice. In 1763 kwamen de slaven van de kolonie Berbice onder leiding van de slaaf Cuffy in opstand in de slavenopstand van Berbice. Cuffy is een nationale held van Guyana. Na de napoleontische oorlogen werden de Nederlandse koloniën bij het Congres van Wenen in 1815 officieel overgedragen aan het Verenigd Koninkrijk, met de Corantijn als nieuwe grensrivier met Suriname dat een Nederlandse kolonie bleef. De voormalige Nederlandse koloniën werden in 1831 samengevoegd tot Brits Guiana bestuurd uit Georgetown. Op 1 augustus 1834 werd de slavernij afgeschaft, negentwintig jaar voor Suriname.

Net als in Suriname, had de afschaffing van de slavernij in Guyana grote gevolgen. Deze leidde onder andere tot immigratie van veel contractarbeiders uit India die werk verrichtten op de suikerrietplantages. De voormalige Afrikaanse slaven trokken veelal naar de steden. Deze etnisch-culturele scheiding bestaat nog steeds en zorgt voor een turbulente politieke situatie.

Na de Tweede Wereldoorlog werd de People's Progressive Party (PPP) opgericht door de hindoe-tandarts Cheddi Jagan. In 1953 was Jagan zes maanden premier, maar moest, toen hij arbeidswetgeving wilde moderniseren, onder druk van de Britse autoriteiten aftreden. De Britse gouverneur, Sir Alfred Savage, verbood de jeugdafdeling van de PPP en stelde Cheddi Jagan tot 1957 onder huisarrest, vanwege zogenaamde "communistische activiteiten."

De PPP was bedoeld als multi-etnische partij, maar in 1957 scheidde de Afro-Guyaanse Forbes Burnham zich van de PPP af en richtte het People's National Congress (PNC) op.

In 1957 werd Jagan opnieuw minister-president en bleef aan tot 1964. Hoewel hij de verkiezingen van dat jaar won, gaf gouverneur Sir Richard Luyt de formatie-opdracht aan Forbes Burnham van de PNC die een regering vormde met een kleine conservatieve, blanke partij.

Op 26 mei 1966 werd Guyana een onafhankelijke staat binnen het Britse gemenebest, met de Britse koningin Elizabeth II als staatshoofd. Op 23 februari1970 verklaarde premier Burnham Guyana tot een coöperatieve republiek. Burnham benadrukte het niet-gebonden karakter van de republiek en zijn streven om van het land een socialistische staat te maken. In de jaren '70 probeerde Forbes Burnham Guyana minder afhankelijk te maken van de Verenigde Staten, en hiervoor zocht hij toenadering tot de Sovjet-Unie en Cuba.

In 1978 was Guyana wereldnieuws door het bloedbad in Jonestown. Sekteleider Jim Jones van de Peoples Temple gaf zijn volgelingen opdracht om collectief zelfmoord te plegen na de moord op de Amerikaanse senator Leo Ryan.

De betrekkingen tussen de PNC-regering en de andere partijen, de Progressive People's Party van Jagan en de Working People's Alliance van Walter Rodneywaren eind jaren zeventig en begin jaren tachtig bijzonder slecht. In 1979 werd de jezuïet en kritische journalist Bernard Darke vermoord. De oppositie wees met beschuldigende vinger naar de regering die zij tevens beschuldigden van schendingen van de mensenrechten.

In 1980 werd een nieuwe grondwet aangenomen waarbij het ambt van premier qua macht werd ingeperkt en het uitvoerend presidentschap werd ingevoerd. Forbes Burnham werd nu president. In 1985 overleed Forbes Burnham en werd als president opgevolgd door Desmond Hoyte, tot dan toe premier. In december1985 werd Hoyte tot president gekozen. In 1987 verklaarde hij dat de PNC geen marxistische partij was, maar een sociaaldemocratische partij. Sindsdien voerde hij een gematigde koers.

In 1992 werden de eerste vrije en eerlijke presidentsverkiezingen gehouden. Deze werden gewonnen door Cheddi Jagan, de voorzitter van de PPP. Deze keuze wekte veel beroering bij PNC-militanten die voor rellen zorgden in de hoofdstad Georgetown. Jagan voerde een economisch beleid gebaseerd op vrijemarktprincipes. Jagan overleed in 1997. Premier Samuel Hinds volgde hem als interim-president en in december 1997 werd Janet Jagan, de weduwe van Cheddi Jagan, een geboren Amerikaanse, tot president gekozen. In augustus 1999 trad Janet Jagan om gezondheidsredenen af en werd Bharrat Jagdeo tot president gekozen.

Op 19 maart 2001 werd Bharrat Jagdeo tot president van de republiek herkozen.

In 2004 was er sprake van een ernstige politieke crisis toen een boer, George Bacchus zei bewijs te hebben dat minister van Binnenlandse Zaken Ronald Gajraj, betrokken zou zijn geweest bij de moord op 400 mensen. President Jagdeo schoof de beschuldigingen ter zijde, terwijl de oppositionele PNC een onderzoek eiste. Op 24 juni 2004 werd Bacchus die als kroongetuige optrad in de rechtszaak in zijn slaap vermoord[4].

 

Bron: Wikipedia